Onveranderlijke wetten, dat klinkt logisch maar soms veranderen wetten, zijn het juist de wetten die verandering teweegbrengen, verandert de wereld waarop die wetten van toepassing zijn. Pratend over auto’s en mobiliteit is er een lange  reeks van wetten en wetmatigheden geformuleerd; soms alshouvast en als leidraad, soms als mix van ernst en humor, soms ook als aperte onzin. In een aantal afleveringen schets ik wat van die wetten.

B= S /A, de Wet van Bleijenberg.
De wet van Bleijenberg doet hier zijn werk. Bereikbaarheid = snelheid/afstand. Als we de bereikbaarheid acceptabel vinden, en de snelheid neemt toe door minder congestie, dan mag de afstand navenant toenemen. Maar: dit sommetje kan wel eens flink veranderen. Als we meer thuis werken, geen vaste kantoortijden meer hebben? En stel (daar zijn we al dichtbij) dat we niet meer praten over reistijd omdat we die tijd effectief kunnen besteden aan werken, relaxen, filmpjes kijken. Reistijd wordt schermtijd. Dat zet alle genoemde wetmatigheden op de tocht. Reistijd is dan geen verloren tijd meer maar wordt potentieel nuttige tijd, waardoor de tijdsduur niet of minder relevant wordt. En als we die reistijd beter kunnen besteden, is dan de auto of de fiets of OV het aangewezen vervoermiddel? In welke situatie kunnen we die tijd het beste benutten?   In een trein ligt met laptop/tablet/mobiel de hele wereld aan je voeten. In een auto mag en kan je vooralsnog minder. Overigens: voor veel mensen heeft reizen een zeker nut: afkicken van de dag, even slapen, verstand op nul, krantje lezen, beetje kletsen, overbrugging van werk naar privé etc.

Free Rider.
Deze wet duikt overal op. Lekker de voordelen pakken en de nadelen liggen bij de ander. In dit geval: anderen moeten hun reisgedrag maar aanpassen, hun momenten. Dan wordt het lekker rustig op het moment dat er vroeger spits was. Dan ga ik rijden en dat is ook een opoffering want als ik ook mijn reismoment zou verschuiven, ontstaat er daar weer file etc.

De wortel en de stok.
De vraag of je goed gedrag moet belonen of juist slecht gedrag moet straffen, komen we overal tegen. Per situatie zal dit verschillen, maar vaak is het zo dat we gewenst gedrag bereiken door degenen die voorop lopen te belonen en de achterblijvers te straffen. Ook rondom mobiliteit ligt hier een oplossing. Rondom mobiliteit en vooral rondom de elektrische auto houden we vast aan het idee van belonen (subsidies, kortingen etc.). Verkeerd en/of vervuilend gedrag bestraffen is lastig en gooit electoraal geen hoge ogen. Soms “dwing” je goed gedrag af door kleine veranderingen in de omstandigheden, welke aansluiten op hoe de mens (zijn brein) werkt. Beroemd voorbeeld: de vlieg die in het urinoir zit geplakt (daar kan je een heel verhaal over ophangen trouwens): goed mikken met als gevolg minder gespetter rondom die p..bak).

De wet van irrationaliteit.
We nemen aan dat ons (mobiliteit)gedrag wordt gestuurd door rationele determinanten: geld, tijd, (dis)comfort. Maar helaas… 95% wordt bepaald door emotie: we zijn kuddedieren en handelen uit gewoonte, status weegt zwaar, affectie, weerstand überhaupt tegen verandering. We verzetten ons tegen andere oplossingen met overdrijving van de nadelen (tijdsverlies, OV zit vol, het regent altijd, onbetrouwbaar).
Mijn idee: OV bood mij in de spits een goede oplossing. “Point2point” minder tijd dan met de auto; ik had de zekerheid van lichte vertraging bij zo’n 15% van de treinritten. De collega met de auto rijdt comfortabel, heerlijk in zijn eigen cocon, starend naar andere cocons die ook stil staan met de zekerheid van file maar onzekerheid over het tijdsverlies. Muziek?  Heb ik ook. Lekker bellen? Mag wel in de trein (met gedempte stem, app/mail is beter), (liever) niet in de auto. Een Caffe Vanilla Latte kan wel in de trein, niet in de auto (maar wel bij een tankstation, of iets later op je werk). En zo creëren we allebei onze eigen wereld, en gaan daarin geloven.

Wet van Behoud van Complexiteit.
En wat gebeurt er als we minder gaan reizen, meer op afroep, multimodaal, incl. fietsen en OV? Moet de overheid ander gedrag “afdwingen”? Of verandert dat gedrag door technologie, laagdrempeligheid, convenience? En wat gebeurt er als we bestaande infra beter en slimmer benutten? Meer verkeer, hogere intensiteit met goede doorstroming en spreiding door de tijd? En zo zijn we terug (zie eerdere blogs, deel 1,2 en 3 over Betalen naar Gebruik) bij die eindeloze complexiteit in doelen, middelen, belangen, kosten/baten, effecten, neveneffecten, samenhang etc. Lang leve de mobiliteit in dit dossier.

De wet van virtuele mobiliteit.
Of spookmobiliteit, zoals Willy Miermans het noemt. Waar de focus van mobiliteit nog niet zo heel lang geleden louter op de verplaatsing (van A naar B) lag, is ondertussen het inzicht ontstaan dat mobiliteit veel meer is dan verplaatsingen alleen. Het “mobieltje”, de naam zegt het zelf, is onderdeel van een verschuiving van de fysieke verplaatsing naar de virtuele verplaatsing. Telefoneren, conference calls, thuiswerken, app-en, de beroemde beruchte “socials”, het zijn allemaal voorbeelden van virtuele mobiliteit die de plaats in kunnen nemen van fysieke verplaatsingen. Dat lijkt haaks te staan op de stelling dat de auto het belangrijkste mobiele ding is; denk aan de quote van Apple: “the car is the ultimate mobility device”. Ik houd het op een voor de hand liggende combinatie van hardware, software en functionaliteit: auto en mobiel.
Je kunt veronderstellen dat we meerdere korte verplaatsingen vervangen door virtuele mobiliteit; de “besparing” die dat oplevert, benutten (compenseren) we door nu en dan een andere verdere verplaatsing te maken. Dus minder dagen naar kantoor maar daarmee “sparen” we als het ware kilometers die we inzetten voor een extra dag erop uit met de auto.  Of we reduceren het aantal winkelverplaatsingen door meer e-commerce te gebruiken, maar de bespaarde kilometers gebruiken we voor een dagje fun shoppen. Dergelijke compensaties zorgen ook voor een verschuiving van functionele verplaatsingen naar recreatieve verplaatsingen; een patroon dat we meer en meer herkennen in onderzoeken.

(Deel 1 verscheen op 18 maart, zie https://www.hansgroenhuijsen.nl/4-fields/immutable-mobility-laws/)

Hans Groenhuijsen, 21 maart 2024.

T                06-52 58 95 85
M              hans@hansgroenhuijsen.nl
I                 https://www.hansgroenhuijsen.nl
Link           https://www.linkedin.com/in/4fieldshansgroenhuijsen/

Alle artikelen en blogs , zie: https://www.hansgroenhuijsen.nl/4-fields/

. wekelijks mijn blog ontvangen ? Meld je aan  via “aanvraag artikelen” op
https://www.hansgroenhuijsen.nl/inschrijven-kennisblogs/

. ©alle rechten voorbehouden Hans Groenhuijsen, 2024.

Bronnen o.a. :

Bleijenberg, A., Nieuwe mobiliteit, Eburon 2015.
Hupkes, G. Gasgeven of Afremmen: Toekomstscenario’s Voor Ons Vervoerssysteem, Kluwer, 1977
Marchetti, C.  “Anthropological invariants in travel behavior”  in : Technological Forecasting and Social Change. 47 (1): 75–88, 1994.
Willy Miermans in : https://www.duurzame-mobiliteit.be/nieuws/de-brever-wet-de-wetmatigheid-die-onze-mobiliteit-bepaalt#Virtuele%20Mobiliteit