Goede raad is  duur.

Zo begint vaak een advies: weet je wat jij moet doen? Goedbedoeld misschien, maar ook nogal dwingend, weinig ruimte latend aan de ander met zijn eigen ontdekkingstocht, en soms iets te overtuigd van het eigen gelijk. Deze indrukken kreeg/krijg ik vaak als het gaat over de politiek. Politici onderling maken er een sport van, gedreven door ideologie of eigenbelang of oprechte goede bedoelingen. In het bedrijfsleven zijn uitdrukkingen van deze strekking eveneens gemeengoed. Ook hier is de overtuiging van eigen gelijk vaak wat (al te) sterk, dwingt de hiërarchie nog eens extra, en zijn de adviezen van weinig waarde.

Het wordt echt feest als de twee domeinen, politiek en economie/bedrijfsleven zich met elkaar gaan bemoeien. Begrijp me goed, het staat ieder vrij om zich te bemoeien met van alles en nog wat  en het ligt bijvoorbeeld wel voor de hand dat de politiek zich bemoeit met die economie, je moet tenslotte iets besturen. Natuurlijk mag het bedrijfsleven (ondernemers, verenigingen etc.) zich druk maken over de politiek : lobby, beïnvloeding, overleg, compromissen smeden, beslissingen afdwingen.

Ondernemers mogen, natuurlijk, zelf actief worden in de politiek. Maar soms gaan ondernemers een paar stappen verder. Dat is niet van vandaag of gisteren, de roep om verzakelijking in de politiek is veel ouder. We kenden in het verleden al zakenkabinetten met niet-politici en vooral ingesteld om lopende zaken af te wikkelen, zonder partijbinding, en nogal eens leidend tot instabiliteit, gebrek aan actie, en een op zijn minst kritisch parlement. En dan hadden we nog de nationale kabinetten, breed samengesteld met enkele grote partijen (dat is dus lastig inmiddels), voor een korte periode met (gehoopt) een brede steun en draagvlak. En we hebben door de geschiedenis heen kabinetten met mensen uit het bedrijfsleven.  Colijn (Bataafsche Petroleum) was daar een vroeg voorbeeld van, Lubbers, Winsemius, Wijffels, Heinsbroek en, jawel, Rutte. De route van politiek naar bedrijfsleven wordt meer bewandeld:  Ruding (Citicorps), Wijers (Akzo Nobel), Zalm (DSB, ABN Amro), Duisenberg (Rabo), van den Brink (Amsterdamse Bank), Eurlings (KLM), de Jager (KPN).

Ik doe het zelf wel even.

Sommige (veel?) ondernemers geven gelijk het antwoord op die retorische vraag: “weet je wat jij moet doen ?”, er gelijk maar bij : doe een stap opzij, tijd dat we in deze moeilijke tijden zakelijk te werk gaan, tijd voor een zakenkabinet. En groepjes ondernemers gooien  zichzelf dan gelijk in de aanbieding: laat ons maar eens met een team van zo’n 15 ondernemers aan de slag gaan met een kleine selectie aan topambtenaren, en we klaren de klus wel even. De oplossing wordt nog wat opgepoetst met vertrouwenwekkende termen als : onafhankelijk, deskundig, leiderschap, team spirit. En we hebben geen informateurs meer nodig.
Tegelijkertijd wordt er een sfeer van crisis ontwikkeld ; het is crisis, kommer en kwel, we staan voor grote uitdagingen, of we nu kijken naar de acute Corona-crisis, de gevolgen daarvan op korte termijn, maar ook al die andere flinke “uitdagingen” (energie, klimaat, economische ordening, welvaart/welzijn etc.) De crisis dient dus als een legitimatie van een nieuwe aanpak, nieuw leiderschap (maar anders dan Kaag bedoelde).  De vergelijking is niet terecht en zelfs onsmakelijk, maar ik ken voorbeelden in de geschiedenis waarin zo’n avontuur verkeerd afliep. Voordat je het weet, wordt democratie een aardigheidje en een luxe voor in goede tijden, maar een last en blokkade in moeilijker tijden; zo zijn we niet getrouwd dus. Het enige dat hetzelfde blijft, is de rij obligate BMW’s en Audi’s bij het Binnenhof of Catshuis.

De oplossing was er al, nu nog een probleem.

Kritiek is goed, het scherpe debat is goed (overigens interessant dat de pleitbezorgers van een zakenkabinet, minderheidskabinet, extraparlementair kabinet etc. discussie juist op voorhand goeddeels willen afkappen zo lijkt het,  en aansturen op een sterk mandaat). In veel van dergelijke oproepen schuilt een sterke simplificatie en soms verdraaiing van de werkelijkheid. Ja precies, zullen eerder genoemde ondernemers zeggen : lekker simpel, in plaats van al dat moeilijk doen, de stroperigheid etc. Het gaat voorbij aan de vraag wat er nodig is om tot goede beslissingen te komen, en vervolgens ten uitvoer te brengen. En het gaat daarmee ook voorbij aan een analyse (OK, vooral kort en simpel) van het veronderstelde falen of onvermogen van de politiek. Wat is het probleem ? wat is de oplossing ?
Het gaat voorbij aan de ingebakken complexiteit van veel vraagstukken, die samenhang is er nu eenmaal. En die samenhang wordt wellicht versterkt door de politiek, de ideologie, de verschillen in interpretatie over wat goed is en wat niet, wat het doel is, en wat werkt of niet, over de kosten  en de baten. Net doen of je de politiek “aan” en  “uit” kan zetten is een fictie. Depolitisering is een lastige. Ooit floreerde de parlementaire democratie dankzij die depolitisering, in tijden van verzuiling en tijden van crisis of wederopbouw. Maar dat depolitiseringsmes is inmiddels vrij bot en dat kan maar beter zo blijven.
Simplificatie tot slot leidt ook tot ogenschijnlijk stevige  uitspraken die van leiderschap getuigen: het land door deze crisis heen leiden, ons mooie land er bovenop helpen. Dat zijn nobele doelen, overigens vrij logisch behorend tot het takenpakket van een regeringsploeg. Maar de veronderstelling die er aan ten grondslag ligt is te kort door de bocht: openbaar bestuur en meer in het bijzonder een kabinet zoals we dat nu kennen, zijn niet tegen die taak opgewassen. Een sterke ploeg (daar komt dan het profiel: visionair, leiderschap, competentie, deskundigheid, moreel boven alle twijfel verheven, sterke team spirit, aanpakken, praktisch) is de oplossing voor al uw problemen. “Wij van WC-eend adviseren WC-eend” dus. Waarom de huidige politieke praktijk tekortkomingen vertoont (en welke dan), en waarom de suggestie vanuit ondernemersland ergens een oplossing voor zou zijn, blijft onduidelijk. Wel blijft er een geur omheen hangen van “de jongens van Jan de Wit”, de strijd tegen het water, en de idylle der Lage landen voor de verderfelijke Franse revolutie (1789), de invoering van het algemeen kiesrecht (in stapjes tussen 1848 en 1919) en dat gedoe met parlementaire kabinetten.

Het graf in geprezen of op het schild gehesen ?

De doeners/ no nonsense types/krachtige ondernemers oordelen verkeerd, of op zijn minst gekleurd. Om te beginnen zit in het betoog een aanmatigende toon; er wordt met veel dedain gesproken over die politici, bijna beneden de maat types. Misschien in staat om het spel te spelen maar onmachtig om het land te leiden als het er op aan komt. Tegelijkertijd plaatsen de doeners zichzelf op een voetstuk. Ze nemen zichzelf als de maat der dingen : een politicus, bestuurder, minister moet aan de volgende eisen voldoen….. en dan komt er een trits;  en laten dat nu net de kwaliteiten zijn die ondernemers in kwestie zelf (denken te) hebben. Nog los van hun fantastische bijdrage aan de BV Nederland, gaat het om teamgeest, samen de schouders eronder, oplossingsgericht, leiderschap, visie, pragmatisch.

Er wordt gesuggereerd dat deze professionals technocratisch, objectief, waardevrij opereren tegenover dat louche en subjectieve politieke ideologische gerommel. Maar is het nu echt zo dat in het bedrijfsleven vooral succesvolle alleskunners rondlopen, de magiërs van de vrije markt,   en in de politiek alleen maar tweederangs types, baantjesjagers en partijtijgers ? Het is logisch gezien onjuist, maar vooral ook kortzichtig om te veronderstellen dat er twee gescheiden of zelfs tegengestelde werelden zijn : die van de politiek en het openbaar bestuur enerzijds, en die van de economie (inmiddels volgens velen hetzelfde als het bedrijfsleven) anderzijds. Politiek gaat over de samenleving (althans, dat mogen we hopen), over mensen over de huishouding (=economie) van ons land. Dat we daar de afgelopen 40 jaar wat van zijn weggedreven, wordt inmiddels in brede kring erkend.

Er wordt gesproken over vakministers, alweer met impliciet de verwijzing naar dat profiel van een gemiddelde boardroom bewoner. En wat zou dan dat vak moeten zijn ? CFO-kwaliteiten, een data cruncher, een politiek dier, een veranderaar, een inspirator, een beleidsmaker,…… ? Moet er op VWS een arts, op financiën een bankier, op I&W een wegenbouwer ?

Lang leve de markt.

Hoe gaat het trouwens in dat bedrijfsleven ? Top, hosanna, alleen maar outperformers ? Nee natuurlijk niet. Ook daar gaat het fout, ook daar worden er blunders gemaakt. Ook daar gaat het bij bestuurders om kwaliteiten die een (goed) politicus niet misstaan. Ook binnen bedrijven is de rationaliteit vaak zoek, gaat het om belangen, om strijd, om macht, om politiek, om plannen die nooit worden gerealiseerd. Net echte mensen, zou je zeggen. Ze hebben misschien minder last van beperkte houdbaarheid als kamerlid of bewindspersoon, staan iets minder in de schijnwerpers, hebben geen leger aan ambtenaren in hun gevolg, en geen parlement dat (soms) het dualisme opzoekt.
Interessante bijkomstigheid is overigens dat datzelfde bedrijfsleven aan de poorten van het Binnenhof staat te wachten om voormalige Kamerleden en vooral bewindslieden naar binnen te halen als bestuurder, commissaris, toezichthouder, lobbyist  etc. Kennelijk zijn ze nog zo slecht niet. Vaak gaat het om specifieke kennis (financiële sector bijvoorbeeld), maar ook om bestuurlijke vaardigheden, kennis van het politieke spel, het netwerk en de lobbykracht, de status.

Bedrijfsleven en politiek zijn verschillend in de onderliggende drive, de doelen, de waarden, de ideologische lading, de systemen voor beoordeling en afrekening (letterlijk en figuurlijk). Reden om de werelden maar vooral gescheiden te houden ? Of zijn er redenen om juist die kloof te overbruggen door meer personele mobiliteit tussen die twee werelden ? Overheid, politiek, samenleving en bedrijfsleven raken elkaar steeds meer. Misschien wel juist door de grote uitdagingen  waar we nu voor staan, is het dichten van die kloof goed. Het gebied waar werelden elkaar raken wordt steeds groter, vraagt om gemeenschappelijke inspanning, nationaal en internationaal.

Natuurlijk hebben we goede mensen nodig, de besten. Natuurlijk wordt dat spel gespeeld met een uiteindelijk beperkte groep politici, bestuurders en ambtenaren. Maar  democratie staat met stip op 1. Dat impliceert volksvertegenwoordiging, verkiezingen, een bestuur dat daaraan legitimiteit ontleent, verantwoording moet afleggen, verantwoordelijkheid draagt en neemt. En daar gaat veel fout, en dat moet anders.  En natuurlijk moeten we daarbij openstaan voor vernieuwing hoe lastig dat ook is (denk aan alle voorstellen op dit gladde staatsrechtelijke terrein).

Wat gaat er fout ?

Waarvoor moeten die deskundige ondernemende mensen zonder partijbinding nu de oplossing voor vormen ?  Wat is er echt aan de hand ? Dat vraagt om een nogal ingrijpende analyse , maar er zijn wel wat issues denkbaar. Waarbij  het gevaar dreigt dat we meer bezig zijn met stemmingmakerij en bevestiging van vooroordelen, en minder met een nuchtere analyse. Wat benoemen we eigenlijk ? de problemen, de oorzaken, de symptomen, de “kleine” ergernissen ?

Regeerakkoorden zijn te uitgebreid en hebben alles al dichtgespijkerd. Dat is een punt natuurlijk. In praktische zin omdat alles is vastgetimmerd, en flexibiliteit dus beperkt. En een nadeel kan zijn (volgens anderen een geweldig voordeel) dat de kamer vleugellam is en aan de leiband loopt van de regering, teveel monisme en te weinig dualisme. Het pleidooi voor een akkoord op hoofdlijnen (ooit heette dat “one page management” , dat suffe geklets over 1 A4-tje)  is begrijpelijk, kan zelfs heilzaam werken misschien maar draagt het bij aan de echte oplossing en van wat ? Je kan zelfs veronderstellen dat er ondernemers/managers zijn die zo’n dik akkoord prima vinden: je vindt er altijd in wat jij wilt, en de Kamer staat buitenspel.

Kort geleden kwam de suggestie weer eens voorbij om eerst een team te bouwen en dan pas een (kort) regeerakkoord te schrijven. Ik heb weinig verstand van voetbal (en van politiek) maar dit komt op mij over als een trainer die een team formeert, dan gaat bedenken in welke sport ze gaan uitkomen, en vervolgens gaat nadenken over de opstelling en de tactiek. Met trouwens de vraag wie dan die trainer benoemt (resp. een verkenner, informateur, formateur en beoogd baas van dat fantastische team). Een serieuze optie is om helemaal geen regeerakkoord te formuleren (dat dus zijn basis en legitimatie vindt in het parlement) maar een regeringsprogramma van de club zelf, van het Dream Team. Iets meer helderheid en spelregels voor de drietrapsraket (verkenning, informatie, formatie) zou geen kwaad kunnen wellicht, zo bleek na de verkiezingen maart 2021.

Er is te weinig visie. Volgens sommige Haagse kringen prima, visie is overbodig en belemmert het uitzicht. Volgens anderen is er juist een gebrek aan visie; visie verbindt, geeft samenhang, vormt een toetssteen voor beleid, biedt houvast etc.
Veel beleid is ronduit slecht ( zo ken ik er nog een paar trouwens in de marktsector): geen doelen, geen idee van vereiste middelen, upside en downside risks, uitvoerbaarheid, doeltreffendheid, redelijkheid en menselijke maat. We kennen de inmiddels tot schandaal uitgegroeide kwesties rondom de toeslagen, het gas, hier en daar ontmanteling van de verzorgingsstaat, de toestand in het onderwijs. Je hebt wel heel veel Tefal nodig om dat allemaal van je af te laten glijden. Er worden teveel compromissen gesloten (met altijd de denkfout overigens dat een compromis altijd slecht is, onsmakelijk, slappe hap). De macht van de ambtenaren is groot, de “vierde macht” heeft het voor het zeggen. Je zou ook kunnen zeggen dat ambtenaren en politiek elkaar vasthouden in een dodelijke omarming : beleid maken, beleid uitvoeren, evalueren en controleren (wie doet wat ?) , de gevoeligheden, de communicatie en spin doctoring eromheen, het naar binnen gekeerd zijn, focus op overleven. Wat hebben we er allemaal aan , aan de club in den Haag onder hun veilige stolp ? Rondpompen van papier, een doorlopende voorstelling, bureaucratie, noem maar op. Het woord VERTROUWEN wordt inmiddels vrij klein geschreven. Welke lijst problemen je ook pakt, het is de vraag in hoeverre de suggesties uit de koker van al die ondernemers etc.  een bijdrage leveren aan de oplossing ervan. Doen de politieke partijen het verkeerd ? Teveel versnippering, teveel “one issue” clubs, teveel bezig met de show, slecht in staat om mensen te binden en te motiveren, slecht in staat om een organisatie te bouwen met goede mensen (juiste selectie, ervaring opdoen), teveel partijdiscipline. Het afgelopen jaar heeft laten zien hoe we soms maar doormodderen met Corona, de toeslagenaffaire, Europa, het aardgas, de PFAS, CO2 etc. we zien de beschamende vertoningen rondom de (in)formatie.

We kunnen allemaal een eindeloze lijst met problemen maken, of vaak een mix van problemen en oorzaken en aanleidingen en frustraties en eigen waardeoordelen. Veel is oplosbaar, veel ook niet, althans niet van vandaag op morgen. Traagheid is soms een gegeven, net als het compromis, het doen van concessies, het stellen van prioriteiten, de spanningen tussen visies en ideologieën,  de gezonde spanning tussen regering en parlement. Het is een afgezaagde maar ik noem hem weer even. Winston Churchill  (House of Commons, November 1947):

The idea of a group of super men and super-planners, such as we see before us, ‘playing the angel,’ as the French call it, and making the masses of the people do what they think is good for them, without any check or correction, is a violation of democracy. Many forms of Government have been tried, and will be tried in this world of sin and woe. No one pretends that democracy is perfect or all-wiseIndeed, it has been said that democracy is the worst form of Government except all other forms of that have been tried from time to time; but there is the broad feeling in our country that the people should rule, continuously rule, and that public opinion, expressed by all constitutional means, should shape, guide, and control the actions of Ministers who are their servants and not their masters.

 

Hans Groenhuijsen, 6 april 2021.

Afbeeldingen:

https://historiek.net/hendrikus-colijn-premier-crisisjaren/69176/ https://www.haagsetijden.nl/tijdlijn/romeinen/opstand-der-bataven

https://www.gemeente.nu/bestuur/wet-markt-en-overheid-geen-bestaansrecht/

https://www.shiftacademy.nl/persoonlijke-groei/jouw-probleem-of-mijn-probleem/

https://www.haagsetijden.nl/tijdlijn/romeinen/opstand-der-bataven
https://nos.nl/collectie/13589/artikel/2197308-dit-is-wat-je-moet-weten-over-het-regeerakkoord

https://www.vrede.be/nieuws/de-erfenis-van-winston-churchill