Sprookjes op de klimaatconferentie Kopenhagen.

Kort geleden vond de klimaatconferentie in Kopenhagen plaats. Veel mooie initiatieven en plannen misschien, maar ook dromen en sprookjes in de stad van Andersen.
Na ruim 100 jaar keren we haperend terug naar de EV(Electric Vehicle) en zal uiteindelijk de zo vurig gewenste transitie van de verbrandingsmotor naar de elektrische auto plaats vinden. Waarom hapert dat bij de consument? 3 overwegingen.

Allereerst omdat de toegevoegde waarde van die elektrische auto voor het individu gering is of zelfs negatief. De praktische bezwaren zijn groot, de voordelen zijn er nauwelijks. Ook fiscale maatregelen maken het elektrisch rijden niet echt goedkoper dan conventioneel rijden maar matigen een beetje de meerkosten. Het is allemaal nog niet sexy en spannend. Na de eerste innovators en early adapters, laat de massa het eigenlijk nog afweten. Het individuele belang dwingt of stimuleert niet tot ander gedrag.

Als tweede : de factor tijd zit ons dwars. Kennelijk kost het gewoon veel tijd om de elektrische auto in alle opzichten door te ontwikkelen naar een auto waar vraag naar is, behoefte aan bestaat. Voorlopig leidt dat dus ook tot een trieste patstelling waarin vraag en aanbod op elkaar gaan zitten wachten. Maar “de tijd” nekt ons nog op een andere manier. We zijn redelijk goed in staat om als mensheid naar de verdere toekomst te kijken. Maar als die ons niet bevalt, overvalt ons ook een soort vrijblijvendheid: we hoeven nog even niets te doen, we(of liever nog: ze) vinden er wel wat op, “we’ll cross that bridge when we come to it, het valt wel mee. Onze kijk op en kennis van die lange termijn brengt ons voor de korte termijn dus in geen enkel opzicht in beweging.”

En daarmee raken we het derde punt: het individuele belang versus het collectieve belang. Collectief hebben we nog steeds baat bij mobiliteit, bij een auto-industrie (op moderne leest). Maar collectief hebben we ook een megaprobleem ( CO2 en opwarming, stikstof/fijnstof, de eindigheid van de voorraad fossiele brandstof). De uitkomst daarvan wordt pas zichtbaar op de lange termijn 20 tot 50 jaar) maar het gedrag vandaag draagt bij aan het steeds maar groter worden van dat probleem. Zowel collectief (de maatschappij, de politiek) als individueel vinden we het lastig om dat probleem echt aan te pakken: wie betaalt er, wat doet het Westen, wat doen China en India , kleine stapjes en bewustwording zijn ook al mooi etc.
Het individuele belang en de korte termijn zijn dus dominant. De congruentie tussen individueel en collectief belang zoals die lange tijd bestond in de 20ste eeuw is weg. De prijs voor verandering is te hoog, de voordelen te gering. En daarin verschilt de revolutie van benzine naar elektrisch zo dramatisch van de transitie van paardekracht naar de auto 100 jaar geleden. Individu, economie en maatschappij waren allen in hoge mate gebaat bij die overgang 100 jaar geleden. Nu is het “slechts” de maatschappij, “mother earth”, het collectieve belang op langere termijn die gebaat zijn bij een transitie.

De overheid zal blijven twijfelen tussen de “carrot and the stick” . Moet de overheid die burger verleiden tot beter gedrag of wordt het tijd om verkeerd gedrag af te straffen met een
ontmoedigend hoog prijskaartje?
De overheid moet zich het verschil realiseren tussen de verschillende petten die de gemiddelde bewoner van deze aardkloot zoal op kan zetten:

  • de goedwillende burger die best wel wil veranderen, maar graag wel een beetje makkelijk.
  • de idealistische burger die zijn leven echt wil omgooien (althans verbaal).
  • de vader/moeder van toekomstige generaties met dus een zekere plicht om het allemaal een beetje netjes achter te laten voor volgende generaties.
  • de consument die nogal vanuit eigenbelang en nutsmaximalisatie denkt en handelt, korte termijn en egocentrisch dus.
  • de struisvogel die de kop graag in het zand steekt: het valt wel mee, het zijn allemaal speculaties van de groene maffia, ik wil wel maar eerst de rest van de wereld, het helpt toch niks.

Elke pet/elk type vraagt om een adequate benadering en daarbij moet de overheid twee rollen spelen, de dominee en de koopman, en de twee genoemde instrumenten gebruiken, de wortel en de stok, de beloning en de straf. De burger die het de politiek kwalijk neemt dat er nauwelijks of geen stappen worden gezet in Kopenhagen, heeft natuurlijk groot gelijk maar moet ook in de spiegel kijken. (net zoals bij de financiele crash in 2008 onze eigen individuele hebzucht in de jaren daarvoor een belangrijke oorzaak vormde; verwijten aan de politiek of de internationale gemeenschap dienden vooral om het eigen straatje schoon te vegen).

Zo lang we niet in staat zijn om dat collectieve belang ook te maken tot ons eigen individuele belang, en de plicht te voelen daar ook naar te handelen, blijft het tobben. Zo werd dus een mooi sprookje helaas geen bewaarheid, daar in Kopenhagen december 2009. Wederom zit een duivels dilemma wat in de weg. En zo zagen we daar in Kopenhagen een sprookje van de duurzaamheidsprinses en de vervuilende boze heks maar bleef de uiteindelijk reddende prins even weg.

Het individuele belang op korte termijn is dominant. Het individuele belang op lange termijn wordt vaak nauwelijks gezien of wordt weggemoffeld onder het motto “ het valt wel mee, we vinden we er wel wat op” etc.

Daar waar dat individuele belang op lange termijn echt wordt bedreigd, dan is het plots de schuld van de samenleving, de politiek, het collectief; en moet dus ook de oplossing daar maar vandaan komen. Het collectieve belang op korte termijn wordt, uiteraard, onderkend, maar er wordt vaak nog teveel vanuit het bestaande geredeneerd: kleine stapjes, nu nog even niet.

Het collectieve belang op lange termijn wordt vaak wel geschetst, zowel in de vorm van een doemscenario als in de vorm van een mooi wenkend perspectief. Maar het individu onderkent niet de waarde ervan voor zichzelf, de politiek scoort er niet echt mee(het betekent zekere offers op korte termijn en onzekere benefits voor een ander op lange termijn) en het collectief komt wikkend en wegend tot compromissen die weinig of niets meer te maken hebben met de echt structurele oplossingen (en dat is wat anders dan de grootse meeslepende wendingen en paradigma-verschuivingen die vaak sterven in schoonheid).

Kortom: De korte termijn wint het van de lange termijn. Het individueel belang (en de optelling daarvan) wint het van het collectief belang. En de weg van de minste weerstand, “muddling through”, schijnoplossingen etc. zijn en blijven de toepasselijke kwalificaties voor menselijke gedrag.

 

Hans Groenhuijsen, december 2009.