1. Het conflict als een spelletje.

Een beroemd en berucht plaatje en het vormde de basis van één van de meest gebruikte/misbruikte termen ooit:  de win-win situatie; dat verklaart de enorme populariteit van het prisoner’s dilemma, zeker  in managementkringen.

Maar dit klassieke dilemma is ook gebruikt om bepaalde gebeurtenissen in de (recente) geschiedenis te verklaren. De vraag die ten grondslag ligt aan dit dilemma:  kan het zo zijn dat de logica samenwerking voorkomt? Het prisoner’s dilemma komt voort uit de speltheorie.
Wat simpel gezegd: kijk eens naar een oorlog of naar de geschiedenis als een spel.

Dat klinkt wat luchtig, maar het is bloedserieus. Het dilemma biedt een andere manier van kijken naar (belangen)conflicten en vooral naar de oplossing daarvan. Bekend voorbeeld uit de recente geschiedenis waarin deze speltheorie werd gebruikt was de Cuba-crisis in 1962  (het conflict tussen de USA en USSR over de plaatsing van nucleaire wapens door Rusland op het dicht bij Amerika gelegen Cuba).
De grote spelers aan Amerikaanse kant waren: John Kennedy en zijn broer Robert, en de minister van defensie McNamara (voorheen baas bij Ford en al gewend aan allerlei managementtechnieken) en Rusk (secretary of state).
Het Witte Huis bediende zich uitvoerig van de speltheorie en in het bijzonder dit mooie prisoner’s dilemma. Tijd om te kijken wat dat eigenlijk inhoudt.

 

2. Wat is de situatie?

Er zijn 2 verdachten: jij en een medeplichtige. De officier van justitie heeft geen keihard bewijs maar wil wel veroordelen. Hij biedt elk de volgende deal aan: “als je “onschuldig” pleit, krijg je sowieso 2 jaar. Als je bekent, waardoor je maatje kan worden veroordeeld, ben je vrij man, en krijgt je maatje 5 jaar”. Jij vraagt: “wat gebeurt er als we allebei bekennen?”

De officier antwoordt met een valse glimlach: “dan krijgen jullie allebei 4 jaar”. Je denkt na en komt in stappen tot de conclusie: bekennen. De ander bereikt helaas dezelfde conclusie dus jullie gaan allebei voor 4 jaar de bak in.

3.  De redenering.

Als ik zeg onschuldig te zijn, maar mijn maatje bekent: dan ga ik 5 jaar. Als we allebei bekennen, krijgen we allebei 4 jaar; vervelend maar het gaat nog en we zitten in een zelfde schuitje (gedeelde smart is halve smart). Als mijn maatje onschuldig zegt te zijn, dan kan ik het beste bekennen; dan ben ik een vrij man. Conclusie is dus: bekennen. De ander komt ook tot die conclusie dus beiden worden veroordeeld  tot 4 jaar.

4.  De wijze les.

Als je allebei onschuld had gepleit, dan zou je beiden voor slechts 2 jaar de bak indraaien.
Als beiden streven naar de beste gemeenschappelijke oplossing, dan winnen beiden. Als slechts een van beiden streeft naar de beste oplossing, ten onrechte vertrouwend op de ander, dan krijgt deze persoon de volle laag.

Het mooie van het plaatje is dat het echt een dilemma is; je kan niet een beetje wheelen en dealen. Er is geen overleg mogelijk; beide partijen komen afzonderlijk en vrijwel synchroon tot een eigen afweging en er is ook geen overlegronde in tweede termijn of mogelijkheid om je eerste beslissing te herroepen. Er zijn twee partijen die dezelfde informatie hebben maar niet in staat zijn om te overleggen en tot een gezamenlijke afweging en beslissing te komen.

De beste oplossing voor beiden (die beruchte win-win) komt alleen tot stand op basis van dergelijk overleg of op basis van een sterk en terecht wederzijds vertrouwen in de ander; vertrouwen dat de ander in staat is om helder na te denken en vertrouwen dat de ander niet puur egoïstisch redeneert resp. er op uit is om jou een loer te draaien.

In de praktijk zal dat overleg vaak niet of nauwelijks mogelijk zijn (tussen bedrijven onderling of tussen klant en leverancier), althans niet met de mate van openheid die is vereist.

Vertrouwen is er vaak slechts tot aan de deur: “ik zou wel willen; die ander zegt wel dat hij uit is op een “win-win” maar ondertussen…..”. En zo is die “win-win” niet alleen op papier maar ook in het echte leven (inclusief de corporate battlefield) een lastige, en kent het slagveld nog steeds winnaars en verliezers. Erger nog: vaak is de “win-win” ver te zoeken, en is er sprake van “lose-lose”. Iedereen verliest.