Meer en snellere verandering?

Veronderstelling hierbij is dat het type flexibiliteit moet passen bij de mate van turbulentie in de omgeving. Turbulentie wordt bepaald door complexiteit, voorspelbaarheid en dynamiek.

Op de ene dimensie wordt gekeken naar het tempo in de respons: traag of snel. Op de andere dimensie wordt gekeken naar de variëteit die groot of klein kan zijn. Ook dit model is niet een eenduidig recept. De (mate van) variëteit is nooit eenduidig en de respons dus ook niet.

Organisaties zijn niet altijd reactief/volgend . De idee zou kunnen ontstaan dat flexibiliteit altijd en overal goed is, terwijl een zekere mate van stabiliteit en onveranderlijkheid goed is, en zelfs noodzakelijk om vervolgens die “duivelse” variëteit in de omgeving te lijf te kunnen.

Stel dat de variëteit laag is d.w.z. dat de concurrentie beperkt is en de omgeving als geheel vrij statisch en (daarmee) voorspelbaar, dan verloopt respons traag. Daarbij past een stabiele, gestructureerde en routinematige vorm. Rigiditeit is de vlag die de lading dekt.

De concurrentie intensiveert en wordt gematigd. De omgeving kenmerkt zich nog steeds door een redelijke mate van voorspelbaarheid maar dynamiek en complexiteit nemen al toe. Dit vraagt al om iets minder routine, en duidelijk meer operationele flexibiliteit.

Daar waar de variëteit grote hoogten bereikt, de omgeving complex en dynamisch wordt en onvoorspelbaar, verschuift het routinematige nog verder naar de achtergrond, en verschuift de structuur van mechanistisch naar organisch. De cultuur verschuift van conservatief naar dynamisch en innovatief.
Het wordt echt hogere kunst als variëteit groot is en er sprake is van snelle respons: je kan spreken van strategische flexibiliteit. Een onderneming zal zelden of nooit als geheel ergens in dit plaatje passen, zeker niet voor langere tijd.

De mate van variëteit en tempo van verandering zijn niet constant en veranderingen zijn zelden eenduidig in omvang/tempo/richting. Organisaties zijn zelden alleen maar “volgend” (zoals in de “structure follows strategy” hypothese).
En tot slot, een zekere mate van stabiliteit is wel zo prettig, juist om die turbulentie aan te kunnen.