Danny Kahneman (Princeton) is een goeroe op dit gebied. Hij houdt zich o.a. bezig met besluitvorming in risicovolle situaties vanuit perspectief van de sociale pyschologie en de behavorial economics. De voorbeelden zijn simpel.

Resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst.

Stel je krijgt een voorstel om te gaan beleggen ( van een willekeurige meneer Lehman, Stearns, Merrill. Madoff). De ene optie leidt tot een zekere winst van 8500 euro en de tweede optie biedt een kans van 90% op 10.000 euro (10% op nul). Vrijwel iedereen kiest voor de zekere 8500.

Diezelfde dag krijg je in een lopend conflict een keuze voorgelegd door je advocaat. Je kan afkopen voor 8500 euro of je kan alsnog naar de rechter met een 90% kans dat je wint. Vrijwel iedereen kiest voor de gang naar de rechter. Dat noemt Kahneman de logica van het irrationele. Bij een positief vooruitzicht (de beleggingsdeal) vertoont de mens risicomijdend gedrag. Bij een negatief vooruitzicht(het geschil) vertoont de mens risicovol gedrag.

Nog een casus:

Stel je krijgt weer zo’n beleggingsvoorstel maar nu met een 50/50 kans op 15000 euro winst of 10.000 euro verlies. Vanuit de klassieke theorie van de nutsmaximalisatie moet je het voorstel accepteren. Maar in de praktijk accepteert een meerderheid niet. Kahnemann verklaart dit gedrag met de term “loss aversion”. Verlies doet de mens meer pijn, dan winst hem goed doet.

Wat kan een mens gelukkig maken?

En nog een wijze les.
Hier spiegelt Kahneman zich aan Bernouille (Frans econoom) bekend van de nutsfunctie, waarbinnen verschillende kansen en uitkomsten worden gewogen naar hun waarde. Stel 2 personen: Persoon A heeft een vermogen dat groeit van 1 naar 1,1 miljoen en persoon B heeft een vermogen dat slinkt van 4 naar 3 miljoen (ook hier ging kennelijk een van de heren Lehman, Merrill, Lynch, of Stearns al langs).

Wie is nu in de nieuw ontstane situatie het gelukkigst ? Volgens Bernouille mevrouw B omdat die, in absolute zin, het meeste geld heeft, het grootste vermogen. Nee, zegt Kahneman, je moet het niet relateren aan het absolute vermogen maar aan de verandering in het vermogen, en dus is mevrouw A blij en gelukkig.

Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald.

Verraderlijk aspect is het feit dat gedrag dat individueel rationeel is, tegelijk collectief zeer irrationeel is en dus een verwoestend effect kan hebben.
Maar dit geldt ook vice versa. Keer op keer is benadrukt dat de grote crisis vanaf najaar 2008 vooral zo hard aankwam en bleef doorwerken omdat er sprake was van een collectief wegzakken van vertrouwen, een soort angstpsychose, welke via een soort domino-effect voortraast.
Gedrag dat dan collectief/macro uitermate rationeel is (hoe weg te komen uit die psychose), landt dus kennelijk niet op individueel niveau(Overigens is het een fabel dat de crisis snel kan verdampen als er maar weer vertrouwen is; daarvoor is echt meer nodig).

Werner de Bondt (gedragseconoom) verwoordt het nog eens scherp: beleggers kopen bij hoge koersen en verkopen bij lage koersen. Bij de aankoopbeslissing wordt lang gewacht om zeker te weten of die koersstijging geen tijdelijke opleving is, en vervolgens koop je te laat als die koersstijging echt een feit is, vanuit de verwachting (illusie) dat die koers dan dus nog wel verder zal stijgen, vanuit kuddegedrag (de rest van de wereld belegt toch ook?) en vanuit de angst de boot te missen (jij bent de enige sufferd in de omgeving die geen goud geld verdient). Bij verkoop slaat het pessimisme toe maar niet dan nadat de koers al een aantal flinke klappen heeft gekregen.

Bij veel beleggers neemt het risico dat men wil lopen toe naarmate de hoeveelheid geld toeneemt; geld wordt een beetje speelgoedgeld. (iemand vindt 1000 euro normaal heel veel geld, maar als die zelfde persoon 1000 euro verdient in een casino met 1 euro inzet, dan verandert zijn risico-perceptie voor de rest van de avond).

Een ander interessant fenomeen is het zogenaamde Kerviel/Leeson-syndroom (heren die werkzaam waren bij Societé Generale resp. Barings Bank en daar het nodige vermogen wegspoelden): heb je al grote verliezen geleden, en er doet zich een kans voor om terug naar nul te komen, dan laat je die kans niet lopen, ofwel: hoe groter de schulden en ellende, des te groter de risico’s die men aangaat.

Vaak is er sprake van een “escalation of commitment” ofwel het bijna halsstarrig doorgaan op de ingeslagen weg. De wijsheid “beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald” wordt vaak niet toegepast. Het verlies in geld (of bijvoorbeeld mensenlevens in een oorlog) is zo groot dat het te pijnlijk is om te erkennen dat de aanvankelijke beslissing fout was. Dat zou namelijk betekenen dat je fouten toegeeft (moeilijk, moeilijk) en dat alle investeringen tot dat moment zinloos en verloren zijn.

Conclusie is dan vaak dat je een project, een plan, een oorlog nog een keer een eerlijke kans geeft door verder te investeren.
De Bondt zet die zogenaamde rationaliteit van beleggers nog eens extra op scherp door de volgende statement: als je sinds 1926 die aandelen had gekocht waarover de analisten negatief waren en die dus goedkoop waren (niemand wilde ze hebben), dan zou je elk jaar 8 procentpunten beter hebben gescoord dan wanneer je de winnaars had gekocht.

Maar ook voor de Bondt geldt dat resultaten uit het verleden geen garantie bieden voor de toekomst.