Deze kippenmatrix is een sterk vereenvoudigde maar niet minder aansprekende versie van de theorie over betrokkenheid en resultaat. Weggeman noemt hem de “Barneveldse matrix”. Het plaatje is erg simpel.

Gemeten op proces heb je kippen die kakelen en lawaai maken en zwijgzame niet-kakelende kippen. Gemeten op resultaat heb je kippen die wel resultaat boeken (eieren leggen) en kippen bij wie het resultaat uitblijft.

Een kakelende niet-productieve kip is van het type “holle vaten”.

Een kakelende wel productieve kip heeft een hoop branie maar maakt het ook waar. Hij is een beetje de man van “be good and tell it”. Hij is goed maar dat zal de omgeving weten ook.

Dan hebben we de rustige productieve kip, de noeste werker, die loyale bedrijvenman. Hij levert resultaat als vanzelfsprekendheid en doet er verder het zwijgen toe. In het Fries: “doch dyn plicht en lit de ljû mar rabje”. (doe je plicht en laat de mensen maar kletsen).

En tot slot de kip die niet(meer) kakelt en niet productief is, het type burn-out. Een probleemgevalletje. Is het niet-kakelen en vooral het geen eieren produceren een structureel iets of is dat alleen van tijdelijke aard? Kunnen we daar dan iets aan doen? Of nadert het moment van de slacht?

 

Weggeman, M., Management by surprise, Scriptum, Schiedam, 1999.