De auto is een probleem, of toch niet ? Er worden wat schijnbewegingen gemaakt rondom onze geliefde automobiel. Een onding of een wonder op wielen ?
Er zijn mensen die het een onding vinden; de auto vraagt veel energie en grondstoffen bij de productie, tijdens het gebruik. De auto vervuilt daarmee, en is een van de grote CO2 uitstoters.
En er zijn in soorten en maten aanhangers van de auto : de echte liefhebber, of mensen die de auto als functioneel zien, als noodzaak, de sportieveling, de oldtimer romanticus.

De auto neemt ruimte in, leidt tot veel ongelukken (met hoge kosten en menselijk leed).
Maar we snappen als tegenstander ook wel dat we er niet 1/2/3 vanaf kunnen. Werk dus aan reductie van uitstoot,  van energieverbruik. Waar het kan wat minder kilometers, een gematigde snelheid, wat meer gebruik van fiets en OV. De auto compleet in de ban willen doen trekt geen volle zalen, oogst geen applaus. Daarvoor wordt de auto wordt teveel gezien als grote verworvenheid, als symbool van reislust, avontuur, vrijheid; als middel om je te verplaatsen tussen huis, familie, vrienden, de winkels, de sport en recreatie etc.
De auto wordt nog steeds gezien als een soort grondrecht, zo’n 60 jaar geleden al benoemd door Joop den Uijl (voor de jongere lezer; leider van de PvdA, premier van 1973-1977); ook de arbeider heeft recht op een autootje voor de deur. Zoals de Duitsers toen al zeiden, wat neerbuigend: “jeder Popel fährt nen Opel”, elke arbeider rijdt een Opel (en zijn baas een Mercedes). Het ging toen nog om de auto zelf, “das Wesen an sich”. Niet om het recht op of de toegang tot mobiliteit.  Ook voor de tegenstanders was en is dus die auto moeilijk weg te denken, voor een deel een noodzakelijk kwaad, maar met allerlei innovaties wel tot een acceptabel niveau overeind te houden. En natuurlijk waren en zijn er de die hards die de auto weg willen hebben, die geen genoegen nemen  met kleinere aanpassingen binnen het bestaande maar voluit gaan voor ingrijpende verandering van het mobiliteit-systeem; en als we dan toch bezig zijn, ook  van het complete systeem, van onze economie, van onze samenleving: weg met die auto.

Er zijn mensen die de auto een wonder vinden, het beste dat de mensheid ooit is overkomen. De functionaliteit van de auto ligt op hoog niveau, de betekenis voor de economie is groot (in de productie van die auto en in het gebruiken ervan), de impact op de samenleving  is eindeloos : meer openheid, meer dynamiek, meer verbinding tussen mensen, meer recreatie, meer fun (Freude am Fahren), sportiviteit. En die auto biedt ook nog eens status, plezier, zelfbewustzijn, een volwaardige deelname aan de maatschappij. Maar de voorstanders van de auto, de evangelisten, snappen dat ook de auto ergens zijn grenzen kent : minder uitstoot, minder vervuiling in productie/gebruik, wat meer gebruik van andere modaliteiten, wat minder druk op de openbare ruimte. Vaak gaat dit gepaard met een groot vertrouwen in technologie, in innovatie, het probleemoplossend vermogen ervan.

Op afstand kijkend zie je dan al snel ergens een overlap, een gemeenschappelijk belang voor tegen- en voorstanders, een compromis. Dat blijkt in de praktijk toch lastig. Leuk of niet , de auto blijft tot op de dag van vandaag een grote vervuiler. Wat we winnen in efficiency van motoren, in reductie van uitstoot , in hogere kwaliteit etc. verliezen we net zo snel aan  de auto-obesitas : groter, zwaarder, langer/breder/hoger. Alle voorspellingen en visioenen over digitalisering, connectiviteit, autonomous driving, geweldige mobility systems, ecosystemen etc.  leken uit te komen op mooier, beter, schoner, toegankelijker. Deels blijven het dromen voorlopig, deels is al die technologie vooral ingebakken in dat ene voertuig : veiliger, comfortabeler, leuker. En is die auto nog steeds vooral een cocon, een verlengstuk van je wonen en werken, een afgebakend IK-ding. Alles kan en moet dus ook, a thing of beauty, een hebbe-ding. De auto is een onmisbaar en onvervangbaar onderdeel van onze mobiliteit.

Maar toch …. die auto brengt mobiliteit en die veelgeprezen vrijheid. Wie zijn wij om dat te ontzeggen aan die miljarden mensen die nog geen auto bezitten ? We zijn op de goede weg, auto’s worden schoner,  we leven bewuster. De bijdrage aan onze welvaart is enorm, werkgelegenheid,  GDP,  macht.

En ondertussen, zittend achter mijn bureau,  kijk ik naar rechts en zie aan de wand een fotocollage van de Citroen SM (Sa Majesté), en als kunstobject een binnenpaneel van de rechtervoordeur van een Citroën DS 23 ( la Déesse, de Snoek).  En ik ervaar in een flits de sensatie : de geur van olie, de roffel van een uitlaat, de hydrauliek van Citroën, de wonderschone ontwerpen,  kunst op wielen. En vraag me af waar ik nu sta in deze discussie; met mijn verstand, met mijn hart.

En vraag me, om in Franse sfeer te blijven af : danser sur un volcan ? plezier hebben zo lang het kan, terwijl het onheil nadert ?

Hans Groenhuijsen, 19 februari 2024.

T                06-52 58 95 85
M              hans@hansgroenhuijsen.nl
I                 https://www.hansgroenhuijsen.nl
Link           https://www.linkedin.com/in/4fieldshansgroenhuijsen/

Alle artikelen en blogs , zie: https://www.hansgroenhuijsen.nl/4-fields/

. wekelijks mijn blog ontvangen ? Meld je aan  via “aanvraag artikelen” op
https://www.hansgroenhuijsen.nl/inschrijven-kennisblogs/

. ©alle rechten voorbehouden Hans Groenhuijsen, 2024.